Span de spieren van je strottenhoofd aan met de schuifjes en hoor wat er met je stem gebeurt. De regels volgen het onderzoek van Titze & Story naar spieractivatie en het body-cover-model.
Kies Spreken en schuif de spanner langzaam omhoog: rond 80% slaat de stem om naar kopstem. Dat is de registerbreuk, de bekende kraak.
De onderdelen in gewone taal
Een klein doosje van kraakbeen bovenop je luchtpijp. Al je adem gaat erdoorheen en je stem ontstaat erin. Leg je vingers op je keel en slik: wat omhoog en omlaag beweegt, is het strottenhoofd.
De voorkant van het doosje, gevormd als een open boek met de rug naar voren. Die rug is je adamsappel. Aan de binnenkant zitten de voorkanten van de stembanden vast.
Een ring onder het schild, gevormd als een zegelring: smal van voren, breed van achteren. Het fundament waar de rest op rust en tegen kantelt.
Twee pionnetjes zo groot als een erwt, achter op de ring. De achterkanten van de stembanden zitten eraan vast. Ze draaien en schuiven, en openen en sluiten zo de stembanden. Zie ze als de handjes die de stembanden bedienen.
Twee plooien die in een V van voor naar achter lopen, met de punt bij de adamsappel. Bij mannen ongeveer 16 mm lang, bij vrouwen ongeveer 10 mm. Bij ademen staat de V open. Bij zingen sluit hij en laat de lucht de randen honderden keren per seconde trillen.
Vergelijk een stemband met een druif:
Schil en vruchtvlees samen heten de cover, de pit heet de body.
Als de stembanden trillen, rolt er een golfje over de gelei-laag van onder naar boven, zoals wind over een vlag. Valt dat golfje weg, bijvoorbeeld door zwelling, dan klinkt de stem hees.
Twee manieren van trillen, geen twee plekken in je lichaam. In de borststem trilt de hele dikke stemband mee. In de kopstem is hij dun en gerekt en trilt alleen het randje. In de mixstem werken beide spieren in balans.
Het punt waar de balans tussen de spanner en de verdikker omslaat en de stem ineens van trilmanier wisselt. Zangtraining is voor een groot deel leren om die overgang geleidelijk te maken.
De ruimte boven de stembanden: keel, mond, tong en lippen. Het werkt als de klankkast van een gitaar. De stembanden maken een kaal gezoem en het spraakkanaal maakt daar klankkleur en klinkers van.